Mest en
digestaat

Mest en digestaat

Mest

De urine en ontlasting van de Nederlandse veestapel noemen we mest. Van alle in Oost-Nederland vrijkomende biogrondstoffen heeft mest waarschijnlijk het grootste volume, verspreid over een groot aantal boerderijen. Hierdoor moet, om mest voor energietoepassingen en hergebruik van de mineralen en organische stof in te zetten, veel werk worden verzet. Dierlijke mest wordt bij voorkeur lokaal gebruikt om de bodemvruchtbaarheid in stand te houden. Door de weidegang van koeien belandt circa 10% van alle mest op het land. Van de totale hoeveelheid mest wordt circa 5% aangewend voor de productie van biogas. De hoeveelheid biogas die bacteriën uit mest kunnen maken verschilt per soort en de wijze van opslag. In de regel levert versere mest meer biogas dan oudere mest.

Digestaat

Wanneer mest (en ander organisch materiaal) vergist wordt, dan blijft er digestaat over. Digestaat bevat ongeveer 90% water en kan net als mest over het land uitgereden worden waarbij minder geuroverlast ontstaat dan bij het uitrijden van reguliere mest. Vooral regio- en buurtvergisters hebben naast de opwek van groengas ook ten doel om het digestaat te bewerken en nutriënten terug te halen. Er zullen diverse scheiding- en raffinagestappen plaatsvinden, waarna er meerdere producten ontstaan. Veelal betreft dit:

  • Een fosfaatrijke vaste stof, bestemd als bodemverbeteraar in gebieden met een mineralentekort.
  • Een vloeibaar concentraat (stikstof/kali) bedoeld om kunstmest of grondstoffen te vervangen in de regio. RENURE is een voorbeeld hiervan. RENURE staat voor Recoverd Nitrogen from Manure.
  • Water, afhankelijk van de technologie is dit schoon water, wat geloosd wordt in de omgeving, of nog niet volledig schoon water, wat geloosd wordt op het vuilwaterriool.