De hoeveelheid houtige biomassa voor energiedoeleinden in 2023 bedroeg 3,1 miljoen ton. Dat blijkt uit het recente jaarbericht van PBE. Het gebruik is hiermee met ca. 1,0 miljoen ton (24%) afgenomen ten opzichte van 2022.

De belangrijkste reden voor deze afname is een lagere inzet in de bij- en meestook. De meeste biomassa wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit en warmte in installaties groter dan 10 MW. Dit is vooral bij- en meestook. Vrijwel alle biomassa bestaat uit rest- en afvalstromen. Dit betreft reststromen uit de agro-, food- en houtindustrie, reststromen uit bos-, natuur- en landschapsbeheer en afvalhout (A- en B-hout). Er zijn grote verschillen in herkomst en vorm van de houtige biomassa tussen kleinere en grotere installaties. –

Kleinere installaties (10 MW) inclusief bij- en meestook maken gebruik van een grotere verscheidenheid aan bronnen waarbij reststromen uit de agro-, food- en houtindustrie de belangrijkste zijn. Een aanzienlijk deel van de bio-energie productie vindt plaats op basis van Nederlandse biomassa: 1,3 miljoen ton van alle houtige biomassa komt uit Nederland. Dit is 0,2 miljoen ton (18%) meer dan in 2022. Houtige biomassa wordt in kleinere installaties vooral ingezet voor de (kleinschalige) productie van warmte, al dan niet in warmtenetten.

Ook de particuliere inzet zal, door stijgende (gas-)kosten, het komende jaar naar verwachting stijgen. Houtige biomassa levert hiermee een belangrijke bijdrage aan een integraal energiesysteem.

In de laatste jaren is het gebruik van duurzaamheidsrapportages en -verificatie sterk toegenomen. In 2023 had 2,2 miljoen ton een duurzaamheidscertificaat. Afvalhout en (in bepaalde gevallen) reststromen uit de agro-, food- en houtindustrie hoeven niet te worden gecertificeerd.

Recente innovaties en aanpassingen richten zich op de inzet van BECCS voor CO2-negatieve biomassaketens, plannen voor een verbeterde verbranding van slib en het verhogen van de verbrandingstemperatuur om corrosie te voorkomen. Verschillende bedrijven werken aan het gebruik van restwarmte voor toepassingen buiten het bedrijf. Ook wordt gekeken naar gebruik van katalysatoren om NOx-emissies te verlagen. De belangrijkste knelpunten zijn de financiële situatie van de bedrijven die biomassa gebruiken. Dit is gerelateerd aan de blijvend hoge biomassaprijs in combinatie met het wegvallen van de SDE-subsidie. Verder zijn er problemen met het gebruik van Ad-blue, en is er het gevoel dat er een beperkt aanbod is van Nederlandse biomassa. Bovendien speelt de maatschappelijke beeldvorming een rol, vooral rond vergunningverlening.

Naar de toekomst is het onduidelijk wat de invoering van de nieuwe RED III en de EUDR voor de sector gaat betekenen. De prijs van houtige biomassa zal naar verwachting relatief hoog blijven, wat consequenties kan hebben voor het gebruik. Door de toenemende beschikbaarheid van energie uit wind en zon neemt de behoefte aan flexibilisering en stabilisering verder toe. Er worden meerdere flexibiliseringsopties geïmplementeerd, niet alleen door technische aanpassingen maar ook door geavanceerde ICT om adequaat in te kunnen spelen op prijsschommelingen.