Het vergunningentraject loopt uiterst moeizaam. Zelfs voor kleine mestvergisting. Een boer die een kleine mestvergister wil plaatsen om samen een biogashub te vormen voor de verduurzaming van het aardgasnet, loopt tegen stevige problemen aan. Geen natuurvergunning wordt verstrekt. Dit terwijl de stikstofvoordelen stevig zijn. De situatie lijkt muurvast te zitten. Maar er gloort perspectief. Dat bleek tijdens het gesprek met de sector in september in Zwolle. Georganiseerd door de provincie, Cogas en BEON. Met ongeveer twintig mensen uit verschillende geledingen.
Hierbij het verslag van de bijeenkomst.
Perspectief vanuit de sector
- Vanuit de sector is aandacht gevraagd voor de onzekerheid die de huidige situatie rond stikstof en vergunningverlening oplevert voor bestaande en nieuwe initiatieven. Mestvergisting lijkt amper ruimte te krijgen. Ook zijn er grote zorgen over het verdienmodel van agrarische bedrijven en de stapeling van ontwikkelingen in het landbouwbeleid, waaronder normen rond GVE, mest/fosfaat en emissiereductie.
- Tegelijkertijd is benadrukt dat mestvergisting juist een bijdrage kan leveren aan verschillende opgaven, waaronder reductie van methaan- en ammoniakemissies, groen gas en mestverwaarding. Daarbij is ook gesproken over de mogelijkheden van RENURE en over de behoefte om niet alleen op individueel bedrijfsniveau, maar waar mogelijk ook gebiedsgericht naar maatregelen en reductie te kijken.
Toelichting vanuit de provincie
- De provincie heeft toegelicht dat mestvergisting vanuit het energiebeleid nog steeds nadrukkelijk in beeld is. In de Energievisie Overijssel 2050 is een ambitie opgenomen van 3 PJ biogas uit mest. Binnen de Uitvoeringsagenda Energie wordt onder meer gewerkt aan harmonisatie van gemeentelijke ruimtelijke kaders, een potentiestudie voor mest- en biovergisting en lobby rond financiële en andere randvoorwaarden. De provinciale subsidieregeling voor kleinschalige mestvergisting is momenteel opgeschort; de energieambities zelf blijven staan.
- Ook is stilgestaan bij het stikstofpakket van het Rijk. Daarin wordt mestvergisting expliciet genoemd als ontwikkeling die kan bijdragen aan reductie van methaan- en ammoniakemissies en waarvan het Rijk de ontwikkeling, inclusief vergunningverlening, wil versnellen. Tegelijkertijd is dit pakket nog in ontwikkeling en zijn nog veel vragen open. In deze brief geeft GS de grondhouding t.a.v. het maatregelpakket aan, en wordt de impact op Overijssel op hoofdlijnen geduid.
- Bij vergunningverlening is toegelicht dat de huidige juridische lijn streng is. De recente jurisprudentie over mestvergisters laat onder andere zien dat goed moet worden bepaald wat precies tot het project behoort, welke andere projecten cumulatief moeten worden meegenomen en dat in de voortoets niet zonder meer rekening kan worden gehouden met emissiereductie elders op het bedrijf.
- Daarbij speelt het vereiste van wetenschappelijke zekerheid een belangrijke rol. De provincie bestudeert daarom onder andere het recente STAB-rapport en bespreekt met partijen uit de sector welke technische onzekerheden verder kunnen worden verkleind. Uit STAB komen zowel aandachtspunten als bruikbare inzichten naar voren, bijvoorbeeld rond emissies vanuit de fakkel, onderhoudsverkeer en de constatering dat bepaalde andere emissies geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden hebben.
Gezamenlijk gesprek / mogelijke aanknopingspunten
- In het gesprek is een aantal openstaande vragen besproken, zoals de vraag hoe emissie reducerende mestvergisting een plek kan krijgen binnen de verdere uitwerking van het Rijksbeleid, de mogelijkheden van gebiedsgerichte maatregelen en de vraag of mestvergisting in bepaalde situaties onderdeel kan zijn van maatregelen om stikstofreductie te realiseren.
- Ook is gesproken over de nieuwe rekenkundige ondergrens. Daarbij is naast de mogelijke ruimte die deze kan bieden ook aandacht gevraagd voor juridische zekerheid: vergunning-vrij zijn betekent niet automatisch dat een initiatiefnemer dezelfde zekerheid heeft als bij een onherroepelijke vergunning.
- Vanuit de provincie is aangegeven dat ambtelijk vooroverleg over de natuurvergunning voor een mestvergister mogelijk is. Juist omdat de precieze opzet van een initiatief bepalend kan zijn voor de juridische beoordeling, is het wenselijk om zo vroeg mogelijk helder te krijgen welke activiteiten en onderdelen een initiatief omvat. Daarbij ziet de provincie mogelijkheden om in bepaalde situaties op basis van jurisprudentie de vergister los te beoordelen van het agrarisch bedrijf. Ook blijft de provincie in BIJ12-verband samen met andere provincies kijken naar welke mogelijkheden ze heeft om initiatieven verder te helpen.
Verder is aangegeven dat de provincie in gesprek blijft met CCS en BEON over onder andere de onderbouwing van mogelijke lekverliezen en andere technische aspecten van vergisters. BEON heeft aangeboden om technische kennis beschikbaar te stellen wanneer vanuit vergunningverlening aanvullende vragen ontstaan.- Frans Feil heeft gewezen op de door BEON/provincie georganiseerde Biogrondstoffendag op 5 november als een relevant moment voor verdere kennisuitwisseling.
Zodra er belangrijke ontwikkelingen rondom stikstof en vergunningverlening zijn, zullen partijen een vervolg organiseren.
Namens provincie, Cogas (Ferdinand Borsje) en BEON (Frans Feil)



