De Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen gaat bio-energie stevig stimuleren in de komende jaren. Dat meldde Julian Rosin van het NRW-Ministerie van Wetenschap, Industrie, Klimaat en Energie op de Bioenergiefachtagung in Steinfurt. Deze bijeenkomst wordt jaarlijks in februari gehouden op de Fachhochschule Muenster.
In de nieuwe Bio-energiestrategie NRW wordt beschreven hoe bio-energie wordt ingezet binnen de energietransitie in de deelstaat. Het gaat hierbij niet alleen over biogas en groengas, maar ook over de inzet van vaste biomassa (bijvoorbeeld hout) voor elektriciteit, warmte en brandstoffen.
Centraal uitgangspunt is dat biomassa een schaarse en waardevolle grondstof is. Daarom moet deze zo efficiënt en doelgericht mogelijk worden ingezet. De focus ligt niet op grootschalige, algemene energieproductie, maar op toepassingen waar weinig alternatieven beschikbaar zijn, zoals in de industrie, de warmtevoorziening en delen van de transportsector. Daarnaast speelt het principe van cascadegebruik een belangrijke rol. Dit houdt in dat biomassa eerst zo hoogwaardig mogelijk wordt benut, bijvoorbeeld als grondstof voor materialen, en pas later voor energieproductie. Ook wordt sterk ingezet op het gebruik van reststromen en afvalstoffen, terwijl het gebruik van energiegewassen wordt verminderd vanwege de negatieve impact op milieu en landgebruik.
De rol van bio-energie verandert bovendien binnen het energiesysteem. In plaats van een continue energiebron wordt bio-energie steeds meer een flexibele en aanvullende energiebron, die kan worden ingezet wanneer er weinig energie beschikbaar is uit zon en wind. Hiermee draagt bio-energie bij aan de stabiliteit en betrouwbaarheid van het energiesysteem.
Een belangrijk onderdeel van de strategie is het impulsprogramma, dat dient als eerste stap in de uitvoering. Dit programma bevat concrete maatregelen om de bio-energiesector te versterken, zoals het moderniseren van installaties, het wegnemen van belemmeringen en het verbeteren van de randvoorwaarden. Het impulsprogramma vormt daarmee een overgang naar de verdere uitwerking van de strategie.
De tijdsplanning van de strategie is gefaseerd. Op korte termijn ligt de nadruk op het uitvoeren van het impulsprogramma en het aanpakken van directe knelpunten. Op middellange termijn wordt de strategie verder uitgewerkt en aangepast in beleid en regelgeving. Op lange termijn wordt bio-energie volledig geïntegreerd in het duurzame energiesysteem en draagt het bij aan de klimaatdoelen richting 2030 en 2045.
Samenvattend krijgt bio-energie in de toekomst een gerichte en ondersteunende rol binnen de energietransitie. Door efficiënt gebruik van biomassa, inzet van reststromen en een flexibele toepassing blijft bio-energie een belangrijk, maar beperkt onderdeel van een breder duurzaam energiesysteem.



